Wat is DNS en wat doet een DNS-server? Uitleg over resolvers, nameservers, records en TTL, en hoe je met nslookup en dig ziet welke DNS-server je gebruikt.
DNS (Domain Name System) is het systeem dat namen als voorbeeld.nl vertaalt naar de IP-adressen waarmee computers elkaar vinden. Je kunt het zien als het telefoonboek van internet: jij onthoudt een naam, je apparaat zoekt het nummer op. Maar DNS doet meer dan websites vinden. Het bepaalt ook waar mail voor je domein naartoe gaat, en welke diensten namens je domein mogen mailen.
Er zijn twee soorten DNS-servers, en die halen mensen vaak door elkaar. De resolver (recursieve DNS-server) is de server waaraan jouw apparaat de vraag stelt: meestal die van je internetprovider of router, of een publieke dienst zoals 1.1.1.1. Die zoekt het antwoord voor je op en onthoudt het een tijd. De autoritatieve nameserver is de server die officieel de gegevens van een domein bijhoudt: daar staan de records die de eigenaar van het domein heeft ingesteld. De resolver vindt die nameserver via een keten: de rootservers wijzen naar de servers van de extensie (zoals .nl), en die wijzen naar de nameservers van het domein.
Elk antwoord heeft een TTL (time to live): het aantal seconden dat een resolver het mag onthouden. Daarom is een wijziging niet meteen overal zichtbaar: resolvers geven tot de TTL verstreken is nog het oude antwoord. Dat is geen storing maar hoe DNS werkt; meer daarover bij DNS-wijziging duurt lang.
Menunamen kunnen per versie of toestel iets anders heten. Loop de stappen op volgorde af en stop zodra het werkt.
Open de opdrachtprompt (Windows) of Terminal (Mac, Linux) en vraag het adres van een domein op. nslookup werkt overal; dig staat standaard op Mac en de meeste Linux-systemen. Je ziet het IPv4-adres (A-record) en vaak ook een IPv6-adres (AAAA). ‘Non-authoritative answer’ betekent dat het antwoord van een resolver komt, niet rechtstreeks van de nameserver van het domein.
nslookup voorbeeld.nl
dig voorbeeld.nl A +short
dig voorbeeld.nl AAAA +shortOp Windows staat bij ipconfig /all per netwerkkaart de regel DNS-servers; ook de eerste regels van nslookup noemen de server. Op een Mac geeft scutil --dns de resolvers, op Linux met systemd resolvectl status. Zie je een adres als 192.168.1.1, dan is dat je router, die de vraag doorgeeft aan de DNS van je provider.
# Windows
ipconfig /all
# Mac
scutil --dns | grep nameserver
# Linux (systemd-resolved)
resolvectl statusJe kunt een specifieke resolver vragen door hem als laatste argument op te geven (nslookup) of met @ (dig). Krijg je bij de ene resolver een ander antwoord dan bij de andere, dan heeft één ervan nog een oud antwoord in zijn cache.
nslookup voorbeeld.nl 1.1.1.1
nslookup voorbeeld.nl 8.8.8.8
dig @9.9.9.9 voorbeeld.nl A +shortMet het recordtype NS zie je welke nameservers een domein beheren. Vraag je het daarna rechtstreeks aan zo’n nameserver, dan krijg je het antwoord uit de bron, zonder cache. In de uitvoer van dig staat dan de vlag aa (authoritative answer). Vervang ns1.voorbeeld-dns.nl door een naam uit het eerste antwoord.
nslookup -type=ns voorbeeld.nl
dig NS voorbeeld.nl +short
dig @ns1.voorbeeld-dns.nl voorbeeld.nl A +norecurseEen domein heeft meer dan alleen een adres. MX zegt waar de mail heen gaat, TXT bevat onder meer SPF, DKIM en DMARC en verificatiecodes, en een CNAME maakt een naam een alias van een andere naam. De Mail-DNS-check en de domeincheck laten dit ook zonder commando’s zien.
nslookup -type=mx voorbeeld.nl
nslookup -type=txt voorbeeld.nl
dig voorbeeld.nl MX +short
dig voorbeeld.nl TXT +short
dig www.voorbeeld.nl CNAME +shortVraag twee keer kort na elkaar hetzelfde record op bij dezelfde resolver. Het getal in de tweede kolom van dig is de resterende TTL in seconden: dat telt af zolang het antwoord in de cache staat. Pas als het op nul staat, vraagt de resolver opnieuw bij de nameserver. Zo zie je zelf waarom een wijziging tijd kost.
dig @1.1.1.1 voorbeeld.nl A +noall +answer
# een paar seconden later nog eens:
dig @1.1.1.1 voorbeeld.nl A +noall +answerMet +trace doet dig zelf wat een resolver doet: eerst een rootserver, dan de servers van de extensie, dan de nameservers van het domein. Je ziet bij elke stap wie naar wie verwijst. Dat is handig na een nameserverwissel, zie nameservers wijzigen.
dig +trace voorbeeld.nl ALet op: Wijzig de DNS-instellingen van je computer of router alleen als je weet waarom. Een verkeerd ingevuld adres zorgt ervoor dat geen enkele website meer opent; op een werkplek kan een eigen DNS-server ook nodig zijn om interne systemen te vinden.
Standaard gebruikt je apparaat de resolver die je router of netwerk doorgeeft, meestal die van je internetprovider. Je kunt ook zelf een publieke resolver instellen, op je router of per apparaat (in Windows bij de eigenschappen van je wifi- of ethernetverbinding, onder de DNS-instellingen).
nslookup.Een andere resolver lost een probleem met jouw domein niet op: hij leest dezelfde records van dezelfde nameservers. Hij helpt alleen als de resolver van je provider zelf slecht werkt; zie DNS-server reageert niet.
Kom je er met deze stappen niet uit, of wil je het liever niet zelf doen? We kijken online mee of komen langs. Hulp op afstand kost €20 per uur; komen we langs, dan is de prijs op aanvraag. Je weet vooraf waar je aan toe bent.
Schrijf kort wat er misgaat en wat je al hebt geprobeerd. Kies of we bellen, online meekijken of langskomen.
Een resolver zoekt voor jouw apparaat op welk IP-adres bij een naam hoort en onthoudt dat een tijd. Een autoritatieve nameserver bewaart de officiële records van een domein en beantwoordt vragen daarover.
Op Windows met ipconfig /all (regel DNS-servers), op een Mac met scutil --dns en op Linux met resolvectl status.
Niet per se. Ze zijn een alternatief als de resolver van je provider traag of onbetrouwbaar is. De antwoorden over je eigen domein blijven hetzelfde.
Resolvers onthouden een antwoord tot de TTL verstreken is. Pas daarna halen ze het nieuwe antwoord op.
Hulp nodig van een mens? Gratis Mail-DNS-check · Domeincheck · Hosting en onderhoud · Alle oplossingen